Herbergen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'herbergen' betekent het bieden van onderdak of accommodatie, vaak tijdelijk. Het kan zowel letterlijk (bijv. een hotel) als figuurlijk (bijv. een land dat vluchtelingen opvangt) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Dit oude kasteel herbergt nu een museum.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vroeger herbergde deze stad veel kunstenaars.
verleden tijd, aantonende wijs
Het is fijn dat dit land vluchtelingen herbergt.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
We hebben vorige week een uitwisselingsstudent geherbergd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.