Hokken
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk werkwoord, informeel taalgebruik (betekenis: zich opsluiten of in een kleine ruimte verblijven)
Het werkwoord 'hokken' heeft een informele en vaak negatieve connotatie, alsof iemand zich opsluit of ergens tegen zijn zin verblijft.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik hok liever thuis dan dat ik naar dat feest ga.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij hebben de hele vakantie in een klein huisje gehokt.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hok jij maar lekker in je kamer als je geen zin hebt om mee te gaan!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.