🇳🇱
deZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

Het zelfstandig naamwoord 'hond' is een veelvoorkomend woord dat verwijst naar een huisdier.

Bepaald (de/het)
de hond
"De hond blaft."
Onbepaald (een)
een hond
"Ik zie een hond."
Zonder lidwoord
hond
"Hond is een huisdier."

Meervoudsvormen

In het meervoud wordt 'hond' 'honden'.

Bepaald (de)
de honden
"De honden rennen in het park."
Zonder lidwoord
honden
"Er zijn veel honden in de stad."

Verkleinwoord

het hondje
"Kijk naar het schattige hondje!"

Diminutief wordt vaak gebruikt voor schattigheid of kleine grootte.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • hondenspetter

    "De hond sprong in de hondenspetter."

    Een grote waterstraal die honden vaak leuk vinden.

  • hondencursus

    "Ik schrijf mijn hond in voor de hondencursus."

    Een training voor honden.

Veelgebruikte woordcombinaties

  • goede hond

    "Hij is een goede hond."

    Een veelgebruikte combinatie om aan te geven dat de hond zich goed gedraagt.

  • hond uitlaten

    "Ik moet de hond uitlaten voor het avondeten."

    Een gebruikelijke taak van hondenbezitters.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Hond is een telbaar zelfstandig naamwoord.
  • register:'Hond' wordt vaak in informele contexten gebruikt zoals gesprekken met vrienden.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.