NEDERLANDS
🇳🇱

Honkballen

Werkwoord

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'honkballen' verwijst specifiek naar het spelen van honkbal, een populaire sport in Nederland en andere landen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik honkbal elke week met mijn team.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft vorig jaar voor het eerst gehonkbald.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je wilt, kun je met ons honkballen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Honkbal niet te hard, je kunt de bal verliezen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.