🇳🇱

Hopen

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'hopen' drukt een wens of verwachting uit voor een toekomstige gebeurtenis of situatie.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik hoop dat je morgen kunt komen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Wij hoopten op een betere reactie van de klant.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Heb je gehoopt dat het zou lukken?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hoop maar dat alles goed komt!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Men hope dat de crisis snel voorbij is.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.