🇳🇱

Hor

deZelfstandig naamwoord
1
Simple
Complex
Compound
Present Tense
Past Tense
Future Tense
Declarative
Context & Scenario
Synonym
Interrogative
Context & Scenario
Idiomatic
Imperative
Context & Scenario
Related Word
Een persoon in een serene zomertuin kijkt bezorgd naar een vliegende hor, omringd door weelderig groen en delicate bloemen.
2
Compound
Simple
Complex
Present Tense
Past Tense
Future Tense
Declarative
Interrogative
Imperative
Context & Scenario
Context & Scenario
Context & Scenario
Synonym
Related Word
Idiomatic
Een wetenschapster in een moderne laboratorium met een hor, dat scherpe visuele en auditieve metingen toont, omgeven door retro-futuristische elementen.
3
Compound
Simple
Complex
Present Tense
Future Tense
Past Tense
Interrogative
Declarative
Imperative
Context & Scenario
Context & Scenario
Context & Scenario
Synonym
Related Word
Idiomatic
Een schattig horretje op een levendige bloem in een surrealistische tuin

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.