Enkelvoudsvormen
Het woord 'huisdier' is een zelfstandig naamwoord dat een dier beschrijft dat in huis leeft als gezelschapsdier.
- Bepaald (de/het)
- het huisdier
- "Het huisdier is erg lief."
- Onbepaald (een)
- een huisdier
- "Een huisdier kan je gelukkig maken."
- Zonder lidwoord
- huisdier
- "Huisdier is belangrijk in veel gezinnen."
Meervoudsvormen
De plurale vorm is 'huisdieren', wat betekent meer dan één huisdier.
- Bepaald (de)
- de huisdieren
- "De huisdieren spelen in de tuin."
- Zonder lidwoord
- huisdieren
- "Huisdieren geven veel vreugde."
Verkleinwoord
Het diminutief 'huisdiertje' is schattig en vriendelijk.
informal
Veelgebruikte samenstellingen
huisdierenoppas
"De huisdierenoppas komt elke dag langs."
iemand die voor huisdieren zorgt als de eigenaar weg is
huisdierenwinkel
"Ik ga naar de huisdierenwinkel om voedsel te kopen."
een winkel die huisdieren en hun benodigdheden verkoopt
Veelgebruikte woordcombinaties
een huisdier adopteren
"Veel mensen kiezen ervoor om een huisdier te adopteren."
Dit betekent dat je een huisdier uit het asiel haalt.
zorg voor huisdieren
"Zorg voor huisdieren is belangrijk."
Dit benadrukt de verantwoordelijkheid voor dieren.
Belangrijke opmerkingen
- countability:Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; je kunt tellingen maken, zoals één huisdier, twee huisdieren.
- register:Informeel taalgebruik is gebruikelijk bij gesprekken over huisdieren, terwijl formeel taalgebruik meer voorkomt in artikelen of dierenopvang.
- usage:Het woord huisdier gebruik je vaak in de context van bijv. gezelschap, verzorging en liefde.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.