🇳🇱
deZelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

Het woord 'huisgenoot' betekent iemand die met jou in een huis woont.

Bepaald (de/het)
de huisgenoot
"De huisgenoot is erg vriendelijk."
Onbepaald (een)
een huisgenoot
"Ik heb een huisgenoot gevonden."
Zonder lidwoord
huisgenoot
"Als huisgenoot moet je rekening houden met elkaar."

Meervoudsvormen

De meervoudsvorm is 'huisgenoten', wat meer dan één iemand betekent.

Bepaald (de)
de huisgenoten
"De huisgenoten hebben samen gekookt."
Zonder lidwoord
huisgenoten
"Er zijn verschillende huisgenoten in het huis."

Verkleinwoord

huisgenootje
"Mijn huisgenotje is zo schattig."

De diminutief wordt gebruikt voor een huisgenoot die jonger is of om affectie te tonen.

informal

Veelgebruikte samenstellingen

  • huisgenootschap

    "We vormen een hecht huisgenootschap."

    gezelschap van huisgenoten

Veelgebruikte woordcombinaties

  • goede huisgenoot

    "Hij is een goede huisgenoot."

    Dit betekent dat iemand prettig is om mee samen te wonen.

  • huisgenoot zijn

    "Zij willen huisgenoot zijn van elkaar."

    Dit betekent samenwonen met iemand.

Belangrijke opmerkingen

  • register:In informele situaties is het gebruikelijker om dit woord te gebruiken, bijvoorbeeld in vriendenkring.
  • countability:'huisgenoot' is een telbaar zelfstandig naamwoord.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.