Huishouden
Hulpwerkwoord
hebben
onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord (huis-houden)
Het werkwoord 'huishouden' betekent het schoonmaken en onderhouden van een huis. Het wordt vaak gebruikt in de context van dagelijkse taken zoals stofzuigen, afwassen, opruimen, enzovoort.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik houd elke zaterdag huis om alles netjes te maken.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft gisteren huisgehouden en nu is alles brandschoon.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je huis wilt houden, moet je nu beginnen met opruimen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Houd jij vandaag huis? Ik heb geen tijd.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.