NEDERLANDS
🇳🇱

Huishouden

WerkwoordA1

Hulpwerkwoord

hebben

onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord (huis-houden)

Het werkwoord 'huishouden' betekent het schoonmaken en onderhouden van een huis. Het wordt vaak gebruikt in de context van dagelijkse taken zoals stofzuigen, afwassen, opruimen, enzovoort.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik houd elke zaterdag huis om alles netjes te maken.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft gisteren huisgehouden en nu is alles brandschoon.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je huis wilt houden, moet je nu beginnen met opruimen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Houd jij vandaag huis? Ik heb geen tijd.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.