NEDERLANDS
🇳🇱

Inschenken

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

overgankelijk werkwoord (iemand schenkt iets in)

Het werkwoord 'inschenken' wordt vaak gebruikt in contexten waar vloeistoffen (zoals drankjes) in een glas, kopje of ander vat worden gegoten. Het kan zowel in formele als informele situaties worden gebruikt.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Kun je de limonade inschenken?

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij schonk gisteren de soep in.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Ik heb de glazen al ingeschonken.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Schenk de koffie in, alsjeblieft.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat je de wijn voorzichtig inschenkt.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.