NEDERLANDS
🇳🇱

    Integraal

    B2uncommonZipf 2.4

    adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • integraal

      Bijvoeglijk naamwoord/ɪntə'ɣral; ɪnte'ɣral/

      stellende trap

      integraalintegraleintegraals

      vergrotende trap

      integralerintegralereintegralers

      overtreffende trap

      integraalstintegraalste
    • de integraal

      Zelfstandig naamwoord/ɪntə'ɣral; ɪnte'ɣral/

      enkelvoud

      integraal

      meervoud

      integralen

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren