NEDERLANDS
🇳🇱

Intern

deZelfstandig naamwoordB2

Enkelvoudsvormen

'Intern' is een persoon die in een ziekenhuis werkt en nog in opleiding is. Het wordt meestal in het enkelvoud gebruikt om één persoon aan te duiden.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

Het meervoud 'internen' wordt gebruikt om meerdere personen aan te duiden die als intern werken.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Het diminutief wordt soms gebruikt om een jonge of onervaren intern aan te duiden, vaak in een informele of vriendelijke context.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • internarts

    Een arts die nog in opleiding is en praktijkervaring opdoet in een ziekenhuis.

  • internopleiding

    De opleiding die een intern volgt.

  • internbegeleider

    Een persoon die de intern begeleidt tijdens de opleiding.

Veelgebruikte woordcombinaties

  • ziekenhuis

    Het woord 'intern' wordt vaak gebruikt in combinatie met 'ziekenhuis', omdat internen meestal in ziekenhuizen werken.

  • opleiding

    Internen volgen vaak een gespecialiseerde opleiding naast hun werk.

  • stage

    Een stage is een periode waarin de intern praktijkervaring opdoet.

  • rooster

    Internen hebben vaak een druk rooster met veel werkuren.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Intern' wordt bijna altijd gebruikt in de context van een ziekenhuis of medische opleiding. Het is geen algemeen woord voor stagiair.
  • countability:'Intern' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt het dus in het enkelvoud en meervoud gebruiken.
  • register:In formele contexten wordt 'intern' gebruikt, terwijl het diminutief 'interntje' informeel is en vaak een vriendelijke of licht neerbuigende ondertoon kan hebben.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.