Intrekken
Hulpwerkwoord
hebben (voor de meeste betekenissen), zijn (bij verhuizingen)
onregelmatig werkwoord, separabel (in sommige betekenissen)
'Intrekken' kan zowel 'in een nieuwe woning gaan wonen' betekenen als 'een beslissing of wet terugdraaien'.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik trek volgende maand in mijn nieuwe appartement.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
De regering heeft de nieuwe belastingwet ingetrokken.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Toen hij in 2018 in zijn huis trok, was hij erg gelukkig.
verleden tijd, aantonende wijs
Het is belangrijk dat je op tijd intrekt in je nieuwe kamer.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.