NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben (voor de meeste betekenissen), zijn (bij verhuizingen)

onregelmatig werkwoord, separabel (in sommige betekenissen)

'Intrekken' kan zowel 'in een nieuwe woning gaan wonen' betekenen als 'een beslissing of wet terugdraaien'.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik trek volgende maand in mijn nieuwe appartement.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • De regering heeft de nieuwe belastingwet ingetrokken.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Toen hij in 2018 in zijn huis trok, was hij erg gelukkig.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Het is belangrijk dat je op tijd intrekt in je nieuwe kamer.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.