Invoeren
Hulpwerkwoord
hebben
Scheidbaar werkwoord (in- + voeren).
Het werkwoord 'invoeren' kan zowel letterlijk (gegevens invoeren) als figuurlijk (nieuwe regels invoeren) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik voer elke dag nieuwe gegevens in.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft de nieuwe software gisteren ingevoerd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Voer de wijzigingen nu in!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat wij de regels invoeren.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.