🇳🇱
deZelfstandig naamwoordA2

Enkelvoudsvormen

'Jacht' betekent het jagen op dieren of het bezit van een schip.

Bepaald (de/het)
de jacht
"De jacht is een populair tijdverdrijf."
Onbepaald (een)
een jacht
"Hij heeft een jacht gekocht."
Zonder lidwoord
jacht
"Jacht is duur."

Meervoudsvormen

De pluralis wordt gebruikt voor meerdere jachten.

Bepaald (de)
de jachten
"De jachten varen in de haven."
Zonder lidwoord
jachten
"Er zijn jachten op het meer."

Verkleinwoord

jachtje
"Ze heeft een klein jachtje gemaakt van papier."

Diminutief hier geeft schattigheid of kleinschaligheid aan.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • jachthuis

    "Het jachthuis is groot en mooi."

    een huis bij de jacht

  • jachtmaat

    "Hij is mijn jachtmaat voor dit seizoen."

    iemand die met jacht bezig is

Veelgebruikte woordcombinaties

  • jachtseizoen

    "Het jachtseizoen begint in oktober."

    De periode waarin jagen toegestaan is.

  • jachtgenoot

    "Mijn jachtgenoot is een professional."

    Een vriend of partner tijdens de jacht.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Jacht is een telbaar zelfstandig naamwoord.
  • register:Gebruik 'de jacht' in formele context; 'jacht' kan in informeel gebruik vaak zonder artikel staan.
  • usage:'Jacht' kan ook verwijzen naar de activiteit van jagen.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.