NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

onovergankelijk werkwoord (geen lijdend voorwerp)

Dit werkwoord drukt vaak enthousiasme, vreugde of steun uit, vooral in de context van sport of vieringen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik juich altijd als mijn favoriete team wint.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft de hele wedstrijd gejuicht.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Juich niet te vroeg, de wedstrijd is nog niet voorbij!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is fijn dat iedereen zo juicht voor de winnaar.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.