Kaal
Attributieve vormen
Als je 'kaal' voor een zelfstandig naamwoord zet, gebruik je meestal 'kale'. Bijvoorbeeld: 'de kale tak' of 'een kale muur'. Na 'het' gebruik je soms 'kaal': 'het kale hoofd'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'kaal'. Bijvoorbeeld: 'De boom is kaal' of 'Hij wordt kaal'.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets meer kaal is dan iets anders, gebruik je 'kaler'. Bijvoorbeeld: 'Deze tuin is kaler dan die tuin'. Je kunt ook 'dan' gebruiken: 'Hij is kaler dan vorig jaar'.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Om te zeggen dat iets het meest kaal is, gebruik je 'kaalst' of 'kaalste'. Bijvoorbeeld: 'Dit is de kaalste boom in het bos' (attributief) of 'Dit is het kaalst' (predicatief).
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- spelling:Bij de vergrotende trap gebruik je 'kaler' en bij de overtreffende trap 'kaalst(e)'. Let op: 'kaal' verandert niet in 'kale' na 'het' in de stellende trap (bijv. 'het kale hoofd').
- usage:'Kaal' kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld 'een kale kamer' (een kamer zonder meubels).
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.