Enkelvoudsvormen
'Kaar' is een zelfstandig naamwoord en betekent een brandende kaars.
- Bepaald (de/het)
- de kaar
- "De kaar is vol."
- Onbepaald (een)
- een kaar
- "Ik heb een kaar."
- Zonder lidwoord
- kaar
- "Kaar is belangrijk."
Meervoudsvormen
Als meervoud gebruiken we 'de kaarren'. Het zijn tellenbare dingen.
- Bepaald (de)
- de kaarren
- "De kaarren zijn groot."
- Zonder lidwoord
- een paar kaarren
- "Ik zie een paar kaarren."
Verkleinwoord
Diminutief geeft een schattige of kleine betekenis.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
kaarverkoper
"De kaarverkoper heeft mooie producten."
verkoopt kaarsen
kaarslicht
"Het kaarslicht is sfeervol."
licht van een kaar
Veelgebruikte woordcombinaties
van de kaar
"Ik maak wat van de kaar."
Gebruikt om aan te geven dat je iets van kaar maakt of gebruikt.
kaarsen maken
"We gaan kaarsen maken."
Geeft aan dat je zelf kaarren maakt.
Belangrijke opmerkingen
- countability:Kaar is telbaar. Je kunt zeggen: één kaar, twee kaarren.
- usage:'Kaar' wordt vaak gebruikt in de context van feestdagen, zoals kerst.
- register:Het woord is neutraal en kan formeel en informeel worden gebruikt.
- irregular:Meervoud is niet zoals verwacht, maar gaat naar 'de kaarren'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.