Enkelvoudsvormen
Het woord 'kaartje' betekent een klein stuk papier met informatie.
- Bepaald (de/het)
- het kaartje
- "Ik heb het kaartje gekocht."
- Onbepaald (een)
- een kaartje
- "Kun je me een kaartje geven?"
- Zonder lidwoord
- kaartje
- "Een kaartje is nodig."
Meervoudsvormen
'Kaartjes' zijn de meervoudsvorm van 'kaartje'.
- Bepaald (de)
- de kaartjes
- "De kaartjes liggen op tafel."
- Zonder lidwoord
- kaartjes
- "Ik heb kaartjes gekocht."
Verkleinwoord
Het verkleinwoord 'kaartje' geeft aan dat het om een klein of schattig kaartje gaat.
neutraal
Veelgebruikte samenstellingen
verjaardagskaartje
"Ik heb een verjaardagkaartje gestuurd."
verjaardagswens op een kaart
treinkaartje
"Heb je je treinkaartje gekocht?"
kaartje voor de trein
Veelgebruikte woordcombinaties
een kaartje geven
"Je kan haar een kaartje geven voor haar verjaardag."
Dit betekent dat je een kaartje cadeau doet.
toegangskaartje
"Je hebt een toegangskaartje nodig voor het concert."
Dit verwijst naar een kaartje dat toegang verleent tot een evenement.
Belangrijke opmerkingen
- countability:'Kaartje' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt één kaartje of meerdere kaartjes hebben.
- register:Het woord 'kaartje' is meestal informeel en kan in dagelijkse gesprekken worden gebruikt.
- usage:Het wordt vaak gebruikt in contexten met uitnodigingen, transport en evenementen.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.