🇳🇱
hetZelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

Het enkelvoud van 'kaartje' is 'het kaartje'.

Bepaald (de/het)
het kaartje
"Ik heb het kaartje gekocht."
Onbepaald (een)
een kaartje
"Kun je een kaartje voor mij kopen?"
Zonder lidwoord
kaartje
"Het kaartje is duur."

Meervoudsvormen

Het meervoud van 'kaartje' is 'de kaartjes'.

Bepaald (de)
de kaartjes
"De kaartjes zijn uitverkocht."
Zonder lidwoord
kaartjes
"We hebben kaartjes nodig."

Verkleinwoord

kaartje
"Dat kleine kaartje is schattig."

Diminutief geeft een kleine of schattige versie aan.

informal

Veelgebruikte samenstellingen

  • treinkaartje

    "Ik heb een treinkaartje gekocht."

    een kaartje voor de trein

  • cadeaukaartje

    "Zij heeft een cadeaukaartje erbij gedaan."

    een kaartje bij een cadeau

Veelgebruikte woordcombinaties

  • e-ticket

    "Hij heeft een e-ticket in plaats van een papieren kaartje."

    Een e-ticket is een digitaal kaartje.

  • uitvoerig kaartje

    "Hij vertelde het op een uitvoerig kaartje."

    Dit verwijst naar gedetailleerde informatie op een kaartje.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Kaartje is telbaar. Je kunt 1 kaartje, 2 kaartjes, etc. hebben.
  • usage:Kaartje wordt vaak gebruikt om te verwijzen naar een ticket of een kleine kaart.
  • register:In formele situaties refereren sprekers vaak naar 'e-ticket' voor digitale tickets.
  • irregular:Er zijn geen onregelmatige vormen voor dit woord.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.