🇳🇱

Kantoor

hetZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

'Kantoor' is onzijdig: 'het kantoor', 'een kantoor'.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

Het meervoud is 'kantoren' (met -en): 'de kantoren'.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Een kleine of gezellige werkruimte; ook liefkozend of bescheiden gebruikt.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • advocatenkantoor

    bedrijf van advocaten

  • postkantoor

    plek waar je post verstuurt en ophaalt

  • hoofdkantoor

    de belangrijkste vestiging van een bedrijf

  • kantoorgebouw

    gebouw waarin kantoren zitten

Veelgebruikte woordcombinaties

  • op

    'Op kantoor' is de vaste combinatie om aan te geven dat iemand aan het werk is.

  • naar

    'Naar kantoor gaan' betekent naar het werk reizen.

  • thuis

    Contrast tussen werken van huis uit en op een werklocatie.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Op kantoor' is een vaste uitdrukking voor 'aan het werk in de kantooromgeving'.
  • irregular:In oude teksten kom je soms 'kantore' tegen (datief enkelvoud); dit is archaïsch en niet modern Nederlands.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.