Kapot
Attributieve vormen
Als je 'kapot' gebruikt vóór een zelfstandig naamwoord, zeg je meestal 'kapotte'. Bijvoorbeeld: 'de kapotte stoel' of 'een kapotte deur'. Als het zelfstandig naamwoord geen lidwoord heeft, kun je soms 'kapot' gebruiken, zoals in 'kapot speelgoed'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijken' gebruik je altijd 'kapot'. Bijvoorbeeld: 'De televisie is kapot' of 'Het glas wordt kapot'.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets meer kapot is dan iets anders, gebruik je 'kapotter'. Bijvoorbeeld: 'Deze vaas is kapotter dan die andere'. Het is een informele vorm, maar wordt wel gebruikt.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Om te zeggen dat iets het meest kapot is, gebruik je 'kapotst' of 'kapotste'. Bijvoorbeeld: 'Dit is het kapotste boek' of 'Van alle apparaten is deze het kapotst'.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- irregular:Het woord 'kapot' heeft een onregelmatige vergrotende en overtreffende trap. De vormen 'kapotter' en 'kapotst' worden gebruikt, hoewel ze informeel kunnen overkomen.
- usage:'Kapot' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iets niet meer werkt of beschadigd is. Het kan zowel letterlijk als figuurlijk gebruikt worden.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.