Karren
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'karren' wordt vaak gebruikt in informele contexten en kan zowel letterlijk (iets met een kar vervoeren) als figuurlijk (iets met moeite verplaatsen) betekenen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik kar elke ochtend de kranten naar de winkel.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren karde hij alle meubels naar de nieuwe woning.
verleden tijd, aantonende wijs
Zij heeft de hele dag spullen gekard.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Kar die dozen nu meteen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.