Enkelvoudsvormen
Het woord 'kastje' is een zelfstandig naamwoord dat verwijst naar een klein meubelstuk.
- Bepaald (de/het)
- het kastje
- "Ik heb het kastje in de woonkamer geplaatst."
- Onbepaald (een)
- een kastje
- "Heb je een kastje voor de boeken?"
- Zonder lidwoord
- kastje
- "Het kastje is mooi."
Meervoudsvormen
De pluralis 'kastjes' verwijst naar meerdere van deze meubelstukken.
- Bepaald (de)
- de kastjes
- "De kastjes zijn allemaal verschillend."
- Zonder lidwoord
- kastjes
- "Er staan veel kastjes in de winkel."
Verkleinwoord
Diminutieven geven een schattige of kleinere vorm aan het woord.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
opbergkastje
"Zij heeft een opbergkastje voor haar speelgoed."
een kastje voor spullen op te bergen
boekenkastje
"Het boekenkastje staat naast het bed."
een klein kastje voor boeken
Veelgebruikte woordcombinaties
bijzetkastje
"Dit bijzetkastje staat naast de bank."
Een kastje dat naast een meubelstuk staat en vaak voor decoratie is.
nachtkastje
"Zet je boek op het nacht kastje."
Een kastje naast het bed voor persoonlijke spullen.
Belangrijke opmerkingen
- irregular:Het artikel 'het' gebruikt met 'kastje' geeft zijn onzijdigheid aan.
- countability:'Kastje' is een telbaar zelfstandig naamwoord; het kan in het meervoud worden gebruikt.
- register:Informeel gebruik is gebruikelijk in gesprekken, terwijl formeel gebruik minder vaak voorkomt.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.