NEDERLANDS
🇳🇱

Kentekenen

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

overgankelijk werkwoord (iets kentekenen)

Het werkwoord 'kentekenen' wordt voornamelijk gebruikt in de context van voertuigen registreren bij een officiële instantie, zoals de RDW in Nederland.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik moet mijn nieuwe auto laten kentekenen voordat ik hem kan gebruiken.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je je scooter al laten gekentekend?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij kentekende haar aanhangwagen vorige maand.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Het is verplicht dat elk voertuig gekentekend wordt.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.