Kentekenen
Hulpwerkwoord
hebben
overgankelijk werkwoord (iets kentekenen)
Het werkwoord 'kentekenen' wordt voornamelijk gebruikt in de context van voertuigen registreren bij een officiële instantie, zoals de RDW in Nederland.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik moet mijn nieuwe auto laten kentekenen voordat ik hem kan gebruiken.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je je scooter al laten gekentekend?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij kentekende haar aanhangwagen vorige maand.
verleden tijd, aantonende wijs
Het is verplicht dat elk voertuig gekentekend wordt.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.