NEDERLANDS
🇳🇱

Keukendeur

deZelfstandig naamwoordA2

Enkelvoudsvormen

Het woord 'keukendeur' wordt meestal in het enkelvoud gebruikt als je het over één deur hebt. Het is een samenstelling van 'keuken' en 'deur'.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

Het meervoud van 'keukendeur' is 'keukendeuren'. Dit gebruik je als je het over meerdere deuren hebt, bijvoorbeeld in een gebouw met meerdere keukens.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Het verkleinwoord 'keukendeurtje' wordt vaak gebruikt om iets schattig of klein aan te duiden, bijvoorbeeld in een huiselijke of informele context.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • keukenraam

    Raam dat in of bij de keuken zit.

  • keukenkast

    Kast die in de keuken staat, vaak voor servies of eten.

  • keukenpapier

    Papier dat in de keuken wordt gebruikt om dingen schoon te maken.

Veelgebruikte woordcombinaties

  • openen/sluiten

    De keukendeur wordt vaak geopend of gesloten, vooral in dagelijkse gesprekken.

  • houten/glazen

    Materialen zoals hout of glas worden vaak genoemd bij het beschrijven van deuren.

  • tocht

    Een veelvoorkomend probleem met deuren is dat er tocht doorheen komt.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:Het woord 'keukendeur' is een samenstelling. In het Nederlands plak je vaak twee woorden aan elkaar om een nieuw woord te maken. Hier: 'keuken' + 'deur'.
  • countability:'Keukendeur' is telbaar. Je kunt dus zeggen: één keukendeur, twee keukendeuren, enzovoort.
  • register:In formele teksten (bijv. handleidingen) zie je soms 'keukendeur' in combinatie met technische termen, zoals 'isolatie van de keukendeur'.

Blijf leren

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.