Kisten
Hulpwerkwoord
hebben
overgankelijk werkwoord (iets of iemand kisten)
Het werkwoord 'kisten' wordt voornamelijk gebruikt in de context van het in een kist leggen, vaak in verband met verhuizingen of begrafenissen. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld bij het inpakken van spullen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
De begrafenisondernemer kist de overledene met veel zorg.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Kunnen jullie de spullen kisten voordat de verhuizers komen?
tegenwoordige tijd, vragend
Hij kistte alle boeken in dozen voordat hij ze naar de nieuwe woning bracht.
verleden tijd, aantonende wijs
De spullen zijn al gekist, dus we kunnen vertrekken.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Blijf leren
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.