🇳🇱

Kleed

hetZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

Een 'kleed' in de woning is meestal een vloerkleed of een tafelkleed.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

Het meervoud is 'kleden' — let op: 'kleren' hoort bij de andere betekenis van 'kleed' (kleding).

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Vaak gebruikt voor een klein tafel- of sierkleedje, bijvoorbeeld op een bijzettafeltje.

Veelgebruikte samenstellingen

  • tafelkleed

    kleed dat op de eettafel ligt

  • vloerkleed

    groter kleed voor op de vloer

  • badkleedje

    klein kleedje dat je in de badkamer op de vloer legt

Veelgebruikte woordcombinaties

  • een kleed leggen

    een kleed op de grond plaatsen

  • een kleed uitkloppen

    stof uit een kleed slaan

  • iets onder het kleed vegen

    figuurlijk: iets negeren of verbergen

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Telbaar: één kleed, twee kleden.
  • usage:Het meervoud van deze betekenis is 'kleden'; verwar het niet met 'kleren' (meervoud van 'kleed' = kledingstuk).

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.