Kleed
hetZelfstandig naamwoordA1
Enkelvoudsvormen
Een 'kleed' in de woning is meestal een vloerkleed of een tafelkleed.
- Bepaald (de/het)
- Onbepaald (een)
- Zonder lidwoord
Meervoudsvormen
Het meervoud is 'kleden' — let op: 'kleren' hoort bij de andere betekenis van 'kleed' (kleding).
- Bepaald (de)
- Zonder lidwoord
Verkleinwoord
Vaak gebruikt voor een klein tafel- of sierkleedje, bijvoorbeeld op een bijzettafeltje.
Veelgebruikte samenstellingen
tafelkleed
kleed dat op de eettafel ligt
vloerkleed
groter kleed voor op de vloer
badkleedje
klein kleedje dat je in de badkamer op de vloer legt
Veelgebruikte woordcombinaties
een kleed leggen
een kleed op de grond plaatsen
een kleed uitkloppen
stof uit een kleed slaan
iets onder het kleed vegen
figuurlijk: iets negeren of verbergen
Belangrijke opmerkingen
- countability:Telbaar: één kleed, twee kleden.
- usage:Het meervoud van deze betekenis is 'kleden'; verwar het niet met 'kleren' (meervoud van 'kleed' = kledingstuk).
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.