Attributieve vormen
Als je zegt 'de kleintjes' voor een zelfstandig naamwoord, dan gebruik je 'kleintjes' als bijvoeglijk naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de kleintjes
- "De kleintjes zijn schattig."
- Met onbepaald lidwoord
- kleintjes
- "Ik zie kleintjes in de tuin."
- Zonder lidwoord
- kleintjes
- "Kleintjes zijn altijd zo leuk."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' gebruik je altijd 'kleintjes'. Bijvoorbeeld, 'Zij zijn kleintjes.'
Vergrotende trap
Om te vergelijken gebruik je 'kleiner'. Bijvoorbeeld, 'Dit is kleiner dan dat.'
- Grondvorm
- kleiner
- "Haar hond is kleiner dan mijn hond."
- Met "dan"
- kleiner dan
- "Dit boekje is kleiner dan dat boek."
Overtreffende trap
Als je het over de kleinste zegt, gebruik je 'de kleinste'. Bijvoorbeeld, 'Hij is de kleinste van de klas.'
- Attributief
- de kleinste
- "Hij is de kleinste van de groep."
- Predicatief
- de kleinste
- "Dit is de kleinste."
Belangrijke opmerkingen
- usage:Het woord 'kleintjes' is een verkleinwoord en wordt gebruikt voor kleine dingen zoals kinderen of dieren.
- irregular:Er zijn geen onregelmatigheden in de afgeleiden vormen van het woord 'klein'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.