Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de kletse persoon', gebruik je 'kletse' vóór het zelfstandig naamwoord om het te beschrijven.
- Met bepaald lidwoord
- de kletse persoon
- "Dat is de kletse persoon op het feest."
- Met onbepaald lidwoord
- een kletse vriend
- "Hij heeft een kletse vriend."
- Zonder lidwoord
- klets
- "Klets maar niet zo veel!"
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'klets': De persoon is klets.
Vergrotende trap
Als je zegt 'kletser', vergelijk je twee mensen. Voorbeeld: 'Zij is kletser dan hij.'
- Grondvorm
- klets
- "Zij is klets."
- Met "dan"
- kletser
- "Hij is kletser dan zij."
Overtreffende trap
Als je 'de kletste' zegt, dan zeg je dat iemand de meeste klets is. Bijvoorbeeld: 'Zij is de kletste van allemaal.'
- Attributief
- de kletste persoon
- "Zij is de kletste persoon van de groep."
- Predicatief
- kletst
- "Hij is de kletst."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Klets' wordt meestal gebruikt om iemand te beschrijven die veel praat.
- irregular:De comparatieve en superlatieve vormen zijn niet zeer gangbaar en soms informeler.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.