🇳🇱
Bijvoeglijk naamwoord

Attributieve vormen

Als je zegt 'de kletse persoon', gebruik je 'kletse' vóór het zelfstandig naamwoord om het te beschrijven.

Met bepaald lidwoord
de kletse persoon
"Dat is de kletse persoon op het feest."
Met onbepaald lidwoord
een kletse vriend
"Hij heeft een kletse vriend."
Zonder lidwoord
klets
"Klets maar niet zo veel!"

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'klets': De persoon is klets.

klets
"Hij is klets."

Vergrotende trap

Als je zegt 'kletser', vergelijk je twee mensen. Voorbeeld: 'Zij is kletser dan hij.'

Grondvorm
klets
"Zij is klets."
Met "dan"
kletser
"Hij is kletser dan zij."

Overtreffende trap

Als je 'de kletste' zegt, dan zeg je dat iemand de meeste klets is. Bijvoorbeeld: 'Zij is de kletste van allemaal.'

Attributief
de kletste persoon
"Zij is de kletste persoon van de groep."
Predicatief
kletst
"Hij is de kletst."

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Klets' wordt meestal gebruikt om iemand te beschrijven die veel praat.
  • irregular:De comparatieve en superlatieve vormen zijn niet zeer gangbaar en soms informeler.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.