Klossen
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk werkwoord (intransitive verb)
Het werkwoord 'klossen' betekent letterlijk 'lopen op klompen' en wordt vaak gebruikt in informele of regionale contexten, vooral in Nederland.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik klos elke ochtend naar de bakker.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren klosten we door het bos.
verleden tijd, aantonende wijs
Heb je ooit op klompen geklost?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Klos niet zo hard, je maakt lawaai!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.