Klussen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)
Het werkwoord 'klussen' betekent doorgaans het uitvoeren van kleine reparaties of verbeteringen, vaak in en rond het huis. Het heeft een informele en praktische connotatie.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik klus elke zaterdag in huis.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je gisteren nog geklust?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als ik tijd had, zou ik meer klussen.
onvoltooid verleden toekomende tijd, voorwaardelijke wijs
Blijf leren
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.