Attributieve vormen
Als je zegt 'de knettergekke man', gebruik je 'knettergekke' vóór het zelfstandig naamwoord. Dit is om de man te beschrijven.
- Met bepaald lidwoord
- de knettergekke man
- "De knettergekke man danst op straat."
- Met onbepaald lidwoord
- een knettergek
- "Hij is een knettergek."
- Zonder lidwoord
- knettergek
- "Knettergek is hij als hij lacht."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' gebruik je altijd 'knettergek': Hij is knettergek. Hier gebruik je het om een eigenschap te geven.
Vergrotende trap
Om een vergelijking te maken, gebruik je 'knettergekker': Hij is knettergekker dan haar. Dit toont dat hij gekker is dan zij.
- Grondvorm
- knettergekker
- "Hij is knettergekker dan zij."
- Met "dan"
- knettergekkere
- "Deze knettergekkere grap is beter."
Overtreffende trap
Voor de hoogste trap gebruik je 'knettergekste': Hij is de knettergekste van iedereen. Dit laat zien dat hij de gekste is.
- Attributief
- de knettergekste
- "Hij is de knettergekste van allemaal."
- Predicatief
- knettergekst
- "Hij is knettergekst na alles wat hij heeft gedaan."
Belangrijke opmerkingen
- usage:Het woord 'knettergek' is informeel en wordt vaak gebruikt in spreektaal.
- irregular:De vergelijkingen met 'gek' zijn niet standaard; 'knettergekker' en 'knettergekst' zijn informeel gebruik.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.