NEDERLANDS
🇳🇱

    Knutselen

    B2uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • knutselen

      Werkwoord/'knʏtsələn; 'knʏtsələ/

      infinitief

      knutselen

      tegenwoordige tijd

      knutselknutseltknutselen

      verleden tijd

      knutseldeknutselden

      tegenwoordig deelwoord

      knutselendknutselende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren