🇳🇱
deZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

Koek is een zelfstandig naamwoord in enkelvoud.

Bepaald (de/het)
de koek
"Ik eet de koek."
Onbepaald (een)
een koek
"Ik wil een koek."
Zonder lidwoord
koek
"Koek is lekker."

Meervoudsvormen

Koeken is de meervoudsvorm van koek.

Bepaald (de)
de koeken
"De koeken zijn vers."
Zonder lidwoord
koeken
"Ik heb koeken gebakken."

Verkleinwoord

koekje
"Dit koekje is heerlijk."

Het diminutief suggests iets kleins of schattigs.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • koekjesdeeg

    "Ik maak koekjesdeeg voor de koekjes."

    deeg om koekjes van te maken

  • koekpunt

    "Het koekpunt was erg populair bij het feest."

    speciaal soort koek

Veelgebruikte woordcombinaties

  • chocoladekoek

    "Ik heb een chocoladekoek meegebracht."

    Een koek met chocolade, vaak zoet en geliefd.

  • appeltaart met koek,

    "De appeltaart heeft een koekachtige bodem."

    Soms worden mogen we koekjes gebruiken in de recepten voor taarten.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Koek is telbaar in de context van een enkele koek, maar kan ook onbepaald zijn in bredere zin.
  • register:In informele situaties meer gebruikt, zoals op feesten en bij vrienden.
  • usage:Koek wordt vaak geassocieerd met snacks of lekkernijen.
  • irregular:De meervoudsvorm is niet altijd logisch afgeleid van de enkelvoudsvorm, zoals bij andere woorden.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.