NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'koetsen' wordt vaak gebruikt in historische of nostalgische contexten, verwijzend naar reizen met een koets.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik koets elke zondag door het park.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vroeger koetsten de edelen vaak naar het hof.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft gisteren urenlang gekoetst.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Koets voorzichtig door deze smalle straat!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.