🇳🇱

Koken

Hulpwerkwoord

hebben

hebben; transitief, intransitief

'Koken' is een regelmatig werkwoord. Het hulpwerkwoord is altijd 'hebben' (ik heb gekookt). Het kan transitief zijn ('ik kook pasta') of intransitief ('het water kookt'). In de betekenis 'eten bereiden' is 'koken' transitief of intransitief; in de betekenis 'het kookpunt bereiken' altijd intransitief.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Gebiedende wijs

Aanvoegende wijs

Voorbeelden

  • Ik kook vanavond Italiaans.

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • Het water kookte al binnen een paar minuten.

    verleden tijd, indicatief

  • Wij hebben gisteren samen gekookt en daarna gegeten.

    voltooide tijd, indicatief

  • Kook de eieren precies zeven minuten voor een zachte dooier.

    gebiedende wijs, imperatief

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.