Enkelvoudsvormen
Het woord 'koppel' betekent een paar, meestal van mensen of dieren.
- Bepaald (de/het)
- de koppel
- "De koppel loopt samen in het park."
- Onbepaald (een)
- een koppel
- "Een koppel heeft een hond."
- Zonder lidwoord
- koppel
- "Koppel is een zelfstandig naamwoord."
Meervoudsvormen
De meervoudsvorm is 'koppels', voor meerdere paren.
- Bepaald (de)
- de koppels
- "De koppels dansen op het feest."
- Zonder lidwoord
- koppels
- "Koppels komen vaak samen."
Verkleinwoord
Een verkleinwoordje dat schattigheid of liefde aanduidt.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
koppelpunt
"Het koppelpunt van de rivier is mooi."
Een gemeenschappelijk punt in een verbinding.
koppelaar
"De koppelaar organiseert het evenement."
Iemand die koppels maakt of helpt.
Veelgebruikte woordcombinaties
koppel van vrienden
"Een koppel van vrienden ging op vakantie."
Dit betekent twee vrienden die een paar vormen.
koppel dat trouwt
"Het koppel dat trouwt is heel gelukkig."
Een koppel dat gaat trouwen, een veelgebruikte zin.
Belangrijke opmerkingen
- countability:'Koppel' is telbaar, je kunt zeggen 'een koppel' of 'twee koppels'.
- usage:'Koppel' wordt vaak gebruikt voor mensen of dieren die samen horen.
- register:Informatie over koppels kan in formele tekst verschijnen, maar ook in informele gesprekken.
- irregular:Geen speciale irregular patterns voor dit woord.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.