🇳🇱
hetZelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

Het woord 'koppel' betekent een paar of een duo.

Bepaald (de/het)
de koppel
"De koppel in de stal is erg vriendelijk."
Onbepaald (een)
een koppel
"Ik heb een koppel gezien tijdens de wandeling."
Zonder lidwoord
koppel
"Koppel zijn niet altijd gemakkelijk."

Meervoudsvormen

De meervoudsvorm is 'koppels', wat meerdere koppels betekent.

Bepaald (de)
de koppels
"De koppels maken vaak samen plezier."
Zonder lidwoord
koppels
"Er waren verschillende koppels op het feest."

Verkleinwoord

het koppeltje
"Het schattige koppeltje zat op een bankje."

Diminutief geeft een schattige of lieve vorm aan het woord.

informal

Veelgebruikte samenstellingen

  • koppelverband

    "In dit koppelverband spelen beide teams gelijkwaardig."

    een connectie of relatie tussen twee dingen

  • koppelaar

    "De koppelaar hielp de eenzame mensen."

    iemand die koppels maakt of samenbrengt

Veelgebruikte woordcombinaties

  • gelukkig koppel

    "Ze zijn een gelukkig koppel."

    Gebruik je om een blij paar te beschrijven.

  • koppel van vrienden

    "We zijn een koppel van vrienden."

    Verwijst naar een paar vrienden in een relatie.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:'Koppel' is een telbaar zelfstandig naamwoord.
  • register:In informele gesprekken is het gebruikelijk om 'koppel' te gebruiken.
  • usage:'Koppel' kan verwijzen naar mensen, dieren of dingen die samen horen.
  • irregular:Er zijn geen onregelmatige vormen bij 'koppel'. Suggereren van een relatie kan het woord 'koppeltje' zijn.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.