NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

onovergankelijk werkwoord, informeel taalgebruik

Dit werkwoord wordt voornamelijk informeel gebruikt en kan als grof worden ervaren. Het beschrijft het overgeven of braken.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik moet kotsen, ik voel me zo misselijk.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij kotste de hele nacht door.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Als je te veel eet, zul je kotsen.

    toekomende tijd, aantonende wijs

  • Ik heb net gekotst, dus ik voel me nu beter.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.