Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de koude dag' of 'een koude avond', gebruik je 'koude' vóór het zelfstandig naamwoord. Het geeft iets aan dat niet warm is.
- Met bepaald lidwoord
- de koude dag
- "Het is de koude dag vandaag."
- Met onbepaald lidwoord
- een koude avond
- "Ik heb een koude avond thuis."
- Zonder lidwoord
- koud
- "Deze soep is koud."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'koud': De soep is koud. Dit beschrijft een toestand.
Vergrotende trap
Als iets kouder is, gebruik je 'kouder' zoals in 'Het is kouder dan gisteren.' Het vergelijkt twee dingen.
- Grondvorm
- kouder
- "Het is kouder dan gisteren."
- Met "dan"
- koudere
- "De koudere lucht komt eraan."
Overtreffende trap
Voor de superlatieve vorm gebruik je 'koudst', zoals in 'Dit is de koudste winter'. Dit geeft aan dat het het meest koud is van allemaal.
- Attributief
- de koudste winter
- "Dit was de koudste winter in jaren."
- Predicatief
- koudst
- "In de nacht is het altijd koudst."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Koud' kan zowel voor zelfstandige naamwoorden als als predicaat gebruikt worden.
- spelling:Let op dat de spelling 'kouds' niet veel voorkomt en niet algemeen erkend wordt; gebruik de basisvorm 'koud'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.