Krommen
Hulpwerkwoord
hebben
overgankelijk en onovergankelijk werkwoord
Het werkwoord 'krommen' kan zowel letterlijk (fysieke buiging) als figuurlijk (bijv. 'zich krommen van het lachen') gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik krom mijn tenen als ik koude voeten heb.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
De smid kromde het ijzer tot een hoefijzer.
verleden tijd, aantonende wijs
De boom is door de storm gekromd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Krom je rug niet zo tijdens het werken!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.