Kruisen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'kruisen' kan zowel letterlijk (twee lijnen of wegen die elkaar snijden) als figuurlijk (meningen of belangen die botsen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik kruis de straat altijd bij het zebrapad.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren kruiste ik mijn oude vriendin in de stad.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben de grens gisteren gekruist.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Kruis de lijn als je klaar bent met de opdracht.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.