NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'ladderen' betekent letterlijk 'op een ladder klimmen of staan'. Het wordt vaak gebruikt in contexten waarin veiligheid belangrijk is, zoals bij klussen of schoonmaken op hoogte.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik ladder elke week om de bladeren uit de dakgoot te halen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren heb ik geladderd om de kerstverlichting op te hangen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je gaat ladderen, zorg dan dat de ladder stevig staat.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Ladder niet als het waait, dat is gevaarlijk!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.