🇳🇱
Bijvoeglijk naamwoordA2

Attributieve vormen

Als je zegt 'de laffe jongen' of 'een laffe man', gebruik je 'laffe' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
de laffe
"De laffe jongen durft niet te praten."
Met onbepaald lidwoord
een laffe
"Hij is een laffe man."
Zonder lidwoord
laf
"Ik voel me laf om dit niet te doen."

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'laf': De jongen is laf.

laf
"Die jongen is laf."

Vergrotende trap

Om te vergelijken, gebruik je 'laffer': Hij is laffer dan zijn vriend.

Grondvorm
laffer
"Hij is laffer dan de anderen."
Met "dan"
laffere
"Deze laffere beslissing is geen goede keuze."

Overtreffende trap

Voor de hoogste vorm, gebruik 'lafste': Hij is de lafste in de groep.

Attributief
de lafste
"Hij is de lafste van de klas."
Predicatief
lafste
"Dit is het lafste wat ik ooit heb gehoord."

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Laf' kan gebruikt worden om iemand als onverstandig of niet moedig te beschrijven.
  • spelling:Let op de spelling van de verschillende vormen bij het gebruik van 'laf'.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.