Lappen
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord
'Lappen' betekent meestal 'repareren door een lap stof aan te brengen' of 'schoonmaken'. In informeel taalgebruik kan het ook 'negeren' betekenen (bijv. 'iets aan zijn laars lappen').
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik lap mijn fietsband omdat hij lek is.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je je trui al gelapt?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Lap de ramen voordat de visite komt!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij lapten de muren voordat ze gingen schilderen.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.