Lappen
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord
Het werkwoord 'lappen' betekent vaak 'repareren' of 'schoonmaken', maar kan ook figuurlijk gebruikt worden, zoals in 'iemand ergens mee lappen' (iemand ergens mee confronteren).
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik lap mijn schoenen elke week.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij lapte de fiets gisteren.
verleden tijd, aantonende wijs
Wij hebben de ramen gelapt voordat het ging regenen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Lap de muur voordat je gaat schilderen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.