🇳🇱

Lastig

Bijvoeglijk naamwoordA2

Attributieve vormen

Als je 'lastig' vóór een zelfstandig naamwoord zet, verandert de vorm. Voor 'de'-woorden gebruik je 'lastige' (bijv. 'de lastige toets'). Voor 'het'-woorden met een lidwoord gebruik je ook 'lastige' (bijv. 'het lastige probleem'). Zonder lidwoord gebruik je soms 'lastig' (bijv. 'lastig huiswerk').

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijken' gebruik je altijd 'lastig'. Je zegt dus niet 'de taak is lastige', maar 'de taak is lastig'.

Vergrotende trap

Om te zeggen dat iets moeilijker is, gebruik je 'lastiger'. Je kunt ook 'lastiger dan' gebruiken om twee dingen te vergelijken, bijvoorbeeld: 'Deze opdracht is lastiger dan die opdracht.'

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

Voor het meest moeilijke gebruik je 'lastigste' als het voor een zelfstandig naamwoord staat (bijv. 'de lastigste vraag'). Als het na het werkwoord komt, gebruik je 'lastigst' (bijv. 'Dit is het lastigst').

Attributief
Predicatief

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Lastig' gebruik je vaak voor dingen die moeilijk zijn, zoals taken, vragen of problemen. Het kan ook over mensen gaan, bijvoorbeeld: 'Mijn broertje is een lastig kind.'
  • spelling:In de stellende trap krijgt 'lastig' een -e als het voor een de-woord staat (bijv. 'de lastige taak'). Voor een het-woord zonder lidwoord gebruik je soms 'lastig' (bijv. 'lastig werk').

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.