Attributieve vormen
Als je zegt 'de lege doos' of 'een lege fles', gebruik je 'lege' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de lege
- "De lege doos staat in de hoek."
- Met onbepaald lidwoord
- een lege
- "Ik heb een lege fles gevonden."
- Zonder lidwoord
- leeg
- "Dit is leeg."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden', gebruik je altijd 'leeg': De doos is leeg.
Vergrotende trap
Als je iets vergelijkt, zeg je 'leger': Dit huis is leger dan dat huis.
- Grondvorm
- leger
- "Dit huis is leger dan dat huis."
- Met "dan"
- legere
- "Dit is de legere ruimte."
Overtreffende trap
Als je zegt welk iets het meest leeg is, gebruik je 'leegste': Dit is de leegste kamer.
- Attributief
- de leegste
- "Dit is de leegste kamer."
- Predicatief
- leegst
- "Deze kamer is leegst."
Belangrijke opmerkingen
- usage:Het woord 'leeg' verandert in zijn vormen, maar de betekenis blijft hetzelfde: zonder inhoud.
- irregular:De comparatieve en superlatieve vormen zijn onregelmatig.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.